Het kan voorkomen wanneer je na de aangifte inkomstenbelasting ineens belasting moeten terugbetalen. “Hoe kan dat?” is een veel gestelde vraag. In de praktijk zijn hier meerdere fiscale oorzaken voor. Hieronder zet ik de meest voorkomende redenen overzichtelijk voor je op een rij.
1. Meerdere uitkeringen of inkomsten
Wanneer je meerdere uitkeringen of inkomens ontvangt, is de kans groot dat er maandelijks te weinig belasting wordt ingehouden.
De verschillende uitkerende instanties communiceren namelijk niet met elkaar.
Iedere instantie houdt loonbelasting in alsof dit het enige inkomen is, vaak tegen het laagste belastingtarief. Tel je alle inkomsten bij elkaar op, dan valt een deel in een hogere belastingschijf. Dit verschil moet je later via de aangifte inkomstenbelasting alsnog betalen.
2. Heffingskortingen: slechts één keer toepassen
Iedere belastingplichtige heeft maar één keer recht op de algemene heffingskorting en de arbeidskorting (voor zover hier recht op bestaat). Bij meerdere uitkerende instanties of werkgevers is het daarom belangrijk om deze korting slechts bij één partij toe te passen. Wordt dit bij meerdere partijen gedaan, dan ontvang je te veel heffingskorting en volgt vrijwel altijd een terugbetaling bij de IB-aangifte.
3. Heffingskortingen: Inkomensafhankelijke heffingskortingen
De algemene heffingskorting en de arbeidskorting zijn inkomensafhankelijk. Hoe hoger het inkomen, hoe lager de korting.
In de praktijk komt het regelmatig voor dat een werkgever of uitkeringsinstantie een te hoge korting toepast. Dit gebeurt vooral bij eenmalige inkomsten, zoals vakantiegeld, bonussen of een dertiende maand. Hierdoor wordt te weinig belasting ingehouden en moet dit later worden terugbetaald via de aangifte.
4. Algemene heffingskorting en verzamelinkomen
Vanaf 2025 is de algemene heffingskorting afhankelijk van het totale verzamelinkomen. Dit is het totaal van het inkomen in box 1, box 2 en box 3. Ook inkomen uit vermogen, zoals spaargeld en beleggingen tellen hierin dus mee. Hierdoor kan het recht op heffingskorting lager uitvallen dan verwacht, met een hogere belastingdruk als gevolg.
5. Hillenaftrek vervallen
Wanneer iemand geen of een zeer kleine eigenwoningschuld had, kan het eigenwoningforfait hoger zijn dan de aftrekbare hypotheekrente. Dit leidt tot een fiscale bijtelling.
Om dit te compenseren bestond de zogenoemde Hillenaftrek. Deze regeling is sinds 2019 stapsgewijs afgeschaft. Hierdoor ontstaat jaarlijks een hogere bijtelling die belast wordt.
6. Hogere WOZ-waarden
Door stijgende huizenprijzen neemt ook de WOZ-waarde toe. Het eigenwoningforfait bedraagt 0,35% van de WOZ-waarde van de woning. Een hogere WOZ-waarde leidt dus tot een hogere fiscale bijtelling. Tegelijkertijd is de hypotheekrenteaftrek beperkt, waardoor het netto fiscale voordeel van de eigen woning verder afneemt.
7. Verlaging aftrek tegen het hoogste belastingtarief
Voorheen konden aftrekposten worden afgetrokken tegen het hoogste belastingtarief van 52%. Dit is inmiddels niet meer het geval. Sinds 2013 werd het maximale aftrektarief stapsgewijs verlaagd. Dit raakt vooral de hypotheekrenteaftrek.
Ter illustratie: in 2022 bedroeg de aftrek nog 40,0%, in 2023 was dit gedaald naar 36,93%.
Dit werkt extra nadelig in combinatie met het hogere eigenwoningforfait: de bijtelling wordt tegen een hoger tarief belast, terwijl aftrekbare kosten tegen een lager tarief mogen worden afgetrokken. Het gevolg is een hogere belastingaanslag.
8. Voorlopige aanslag of voorlopige teruggave
Aan het einde van vorig jaar of aan het begin van dit jaar heb je waarschijnlijk een voorlopige aanslag of voorlopige teruggave ontvangen van de belastingdienst. Het is belangrijk om deze gegevens goed te controleren, vooral als je situatie is gewijzigd of gaat wijzigen. Denk aan een ander inkomen, een verhuizing, het aflossen of verhogen van de hypotheek. In zulke gevallen is het verstandig om de voorlopige aanslag tijdig aan te passen.
9. Toeslagen en verzamelinkomen
De hoogte van toeslagen is afhankelijk van het verzamelinkomen. Hoe hoger het verzamelinkomen, hoe lager het recht op toeslagen. De Belastingdienst past de inkomensgrenzen regelmatig aan. Dit kan ertoe leiden dat je later in het jaar, vaak rond september, een navordering ontvangt. Daarnaast komt het voor dat de Belastingdienst uitgaat van een onjuist verzamelinkomen. Controleer daarom altijd je gegevens via mijntoeslagen.nl en pas deze indien nodig aan.
10. Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)
De inkomensafhankelijke combinatiekorting geldt wanneer er voldoende inkomen uit arbeid wordt verdiend en er een kind tot het huishouden behoort dat op 1 januari jonger is dan 12 jaar.
In 2025 bestaat deze heffingskorting nog. Vanaf 2027 wordt de IACK echter in 9 jaar tijd lineair afgeschaft. Voor ouders met jonge kinderen is het verstandig om hier nu al rekening mee te houden.
11. Inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswetgeving (ZVW)
Als je een uitkering hebt, moet je deze zelf betalen. Over 2025 is dit 5,26%. Maar dit is wel beperkt tot een maximum inkomen. Heb je een inkomen wat hoger is dan afgerond
€ 76.000, dan wordt hierop ook 5,26% ingehouden. In dat geval heb je recht op een teruggave van deze ZVW over het hogere inkomen. In [principe gebeurt dit automatisch. Maar ik raad aan om dit in de gaten te houden.
12. Deel servicekosten aftrekbaar | Gebruikt voor verbouwing/verduurzaming
Betaalt de VvE rente over een lening voor verbouwing/verduurzaming aan het gebouw, dan kan de rente die u via de servicekosten aan de VvE betaalt aftrekbaar zijn in box 1. Mits uw aandeel in de VvE-lening kwalificeert als eigenwoningschuld. Dat is het geval als:
- de lening is gebruikt voor onderhoud, verbetering of verduurzaming;
- u hoofdelijk aansprakelijk bent voor uw aandeel in de lening;
- er een verplichte annuïtaire of lineaire aflossing is binnen maximaal 30 jaar;
- de lening daadwerkelijk is besteed aan kwalificerende werkzaamheden.
Voldoet de VvE-lening aan deze voorwaarden, dan is uw aandeel fiscaal een eigenwoningschuld en is de rente aftrekbaar in box 1. Dit heeft de belastingdienst op 10 juli 2025 verduidelijkt waarbij zij aangeven hoe VvE-schulden moeten worden verwerkt in de aangifte inkomstenbelasting (KG:051:2025:6). Dit is relevant nu VvE-leningen voor onderhoud en verduurzaming steeds vaker voorkomen.
Reactie plaatsen
Reacties