“Steenrijk” versus “straatrijk”

Gepubliceerd op 6 juni 2026 om 16:08

De situatie

Dagelijks spreek ik met cliënten over dit onderwerp. In dit blog haal ik een gesprek aan. 

  • Cliënten van begin veertig. Goede baan. Nette woning. En de hypotheek loopt al even. 
  • Het huis stijgt in waarde en de hypotheek wordt maandelijks afgelost. 
  • Tegelijk is er ook wel wat spaargeld, maar niet heel veel. 
  • Er is geen duidelijkheid in het budget en er is geen goed spaarplan. Waardoor het ook zo is dat er geen duidelijk doel is voor de toekomst.
  • En dat is precies waar het verschil zit tussen steenrijk en straatrijk. 
  • Deze cliënten zijn uiteindelijk steenrijk. Dat is dus goed geregeld. Rond hun 63ste is de hele hypotheek afgelost. Hier hebben zij duidelijkheid en zekerheid. 

Maar hoe kan ook worden geregeld dat zij straatrijk worden. 

 

De oplossing

Steenrijk: zekerheid in je woning 

Ook hier begonnen we bij de basis:

De hypotheek. Als je verplicht aflost — lineair of annuïtair — weet je één ding zeker: ooit is die hypotheek weg. 

Dat betekent: 

  • Lage vaste lasten later 
  • Wonen zonder hypotheek 
  • Veel zekerheid 

Je bouwt dus vermogen op in je woning. Je bent dan letterlijk steenrijk. Financieel voelt dat veilig en dit is ook goed. Maar van de stenen kan je niet eten. Tegelijk moet je ook in de toekomst ergens wonen. Het is niet altijd zomaar gezegd dat je dan je huis verkoopt en ergens anders goedkoper gaat wonen. Ik ga er dus van uit dat de woning behouden blijft.

Straatrijk: flexibiliteit en keuzes kunnen hebben

Het is dus zaak om ook straatrijk te worden, wat betekent dat je naast vermogen in je woning ook vrij beschikbaar vermogen opbouwt. Vermogen waar je bij kunt en dat meebeweegt met je leven. 

Hier ging het om: 

  • Sparen en beleggen naast de hypotheek 
  • Vermogen dat niet vastzit in stenen 
  • Flexibiliteit voor wensen en doelen 

Afhankelijk van de wensen en doelen bepaalden we: 

  • Hoeveel risico kan en wil client lopen?
  • Wat legt client eenmalig in?
  • Wat zet client maandelijks opzij?
  • Welke vorm van sparen of beleggen past daarbij?

Ook is het zaak om goed helder te krijgen: 

  • Wat wil je later kunnen doen? 
  • Wanneer wil je keuzevrijheid? 
  • Hoeveel zekerheid heb je nodig? 

 

Pas daarna bepaal je hoe je vermogen opbouwt.  Zo werk je doelgericht toe naar zowel financiële zekerheid als financiële vrijheid. Hierbij is het ook weer zaak om goed én eerlijk naar het budget te kijken en ook keuzes te maken.

Vanuit een duidelijk budget kan dan een goed spaarplan worden opgesteld, waarbij er naast een goede buffer ook geld beschikbaar komt om te beleggen.

In deze situatie adviseerde ik het volgende:

  • Gedurende 240 maanden (20 jaar) € 300 per maand te beleggen bij een eerste inleg van € 5.000 in een goed gespreide belegging. 

Het doelkapitaal bij gemiddeld 7% netto rendement bedraagt dan € 177.383.

  • Hadden zij geen duidelijk budget en plan opgesteld, dan was er waarschijnlijk niets geweest. 
  • En ook al hadden zij wel een plan opgesteld en dit geld alleen gespaard, dan was het doelkapitaal € 90.758 geweest. Afgerond € 87.000 lager!

 

Wat we hier dus hebben gedaan, is geen óf-óf keuze. Het is een én-én strategie. 

  • De hypotheek loopt netjes af zekerheid 
  • Tegelijk wordt vermogen opgebouwd buiten de woning flexibiliteit 

 

De conclusie 

Focus niet alleen op aflossen en zekerheid. Maar focus ook niet alleen op beleggen.

Focus op allebei. Rust en keuzes! De kracht zit in de combinatie. 

Steenrijk voor de basis. 

Straatrijk voor de mogelijkheden. 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.